7,33 op 10. Dat is de mediaan over 137 COLLAB-metingen waarin een merk zijn bureau beoordeelde, verzameld door IKAg sinds december 2019.
Wat dat cijfer betekent
Een 7,33 voelt als "goed maar niet uitzonderlijk", en dat is precies wat het is. Deze schaal loopt in de praktijk van 6 tot 8,5: onder de 6 stopt een samenwerking meestal vanzelf, en boven de 8,5 komt bijna niemand. Een 7 is dus geen slecht rapport en een 8 is uitzonderlijk goed.
Meet je je eigen bureau en kom je op 6,5 uit, dan zit je onder het midden maar niet in het rood. De vraag is dan op welke as dat gebeurt.
De drie assen, want daar zit het verschil
- Attitude: 7,68. De hoogste van de drie, elk jaar opnieuw.
- Proces: 7,47.
- Expertise: 7,30. De laagste, en dat is de opvallendste vaststelling uit zes jaar meten.
Bureaus worden dus het best beoordeeld op hoe ze zijn en het minst op wat ze weten. Op vraagniveau is dat nog scherper: over 166 metingen scoren bureaus hoog op bereikbaarheid (8,36), vertrouwen (7,91) en enthousiasme (7,82), en laag op data gebruiken (6,49), timing bijsturen (6,76), "wij leren van het bureau" (6,81) en waar voor geld (6,85).
Zes van de tien laagst scorende vragen zitten in de as Expertise, terwijl "is expert in zijn vakgebied" juist bovenaan die as staat. Klanten vinden hun bureau dus wel degelijk vakkundig; wat ze missen is dat die vakkennis naar hen toe komt.
Wat je ermee doet
Gebruik het cijfer niet als rapport maar als vertrekpunt. Zit je onder de 7 op proces, dan is dat meestal in een kwartaal op te lossen met afspraken. Zit je onder de 7 op expertise, dan is dat een gesprek over de ploeg en over senioriteit, en dat duurt langer.
En meet het aan twee kanten. Andersom, wanneer het bureau zijn klant beoordeelt, ligt de mediaan op 7,57: bureaus zijn dus iets positiever over hun klanten dan omgekeerd.
Verder: hoe je je bureau evalueert en denkt mijn bureau dat het beter gaat dan ik.