Vijf assen volstaan. Meer criteria maken een rooster niet nauwkeuriger, ze verdunnen alleen het gewicht van wat er werkelijk toe doet.
De vijf
1. Het werk. Niet of het mooi is, maar of het een probleem oplost dat op het jouwe lijkt. Vraag naar de opdracht achter het werk: wat was de vraag, wat was het budget, wat is er gebeurd.
2. De ploeg die jij krijgt. Namen, geen functies. Wie zit er dagelijks op je dossier, hoeveel andere klanten heeft die persoon, en zat hij in de pitchkamer. Dit is de as die het vaakst het verschil maakt tussen een goede en een slechte samenwerking.
3. De fit. Sectorervaring waar de regels het werk sturen, en manier van werken overal. Een bureau dat gewend is aan wekelijkse afstemming past niet bij een klant die per kwartaal beslist, en omgekeerd.
4. De prijs per eenheid werk. Niet het tarief, maar hoeveel werk je voor je budget krijgt en door welk profiel het gedaan wordt. Zie wat een normaal uurtarief is.
5. De stabiliteit van het bedrijf. Vier van de vijf cijfers die je daarvoor nodig hebt staan gratis in de neergelegde jaarrekening. Zie hoe je weet of een bureau financieel gezond is.
Weeg ze voor je iemand ziet
Zet het gewicht per as op papier voordat de eerste presentatie begint, en laat iedereen die meebeslist apart scoren voordat er gepraat wordt. Doe je dat achteraf, dan verschuift het gewicht altijd naar de as waarop je favoriet toevallig het sterkst was.
Wat er níét in hoort
- De grootte op zichzelf. Die voorspelt geen kwaliteit; de rangcorrelatie tussen personeelsbestand en groei is 0,003.
- Het aantal awards, tenzij creatieve reputatie een doel op zich is voor je merk.
- De presentatievaardigheid. Die meet je vanzelf mee, en ze weegt in de praktijk al veel zwaarder dan iemand toegeeft.
Het rooster opstellen en bewaken is het deel waar een buitenstaander het meeste verschil maakt, want hij heeft geen favoriet. Zie Agency-selectie & pitches.
Verder: hoe je pitchpresentaties eerlijk beoordeelt en hoe je twee bureaus met elkaar vergelijkt.