De teampagina van een bureau is een momentopname en een marketingstuk tegelijk. De bruikbare vraag is niet wie er werkt, maar wie er aan jouw dossier komt te staan.
Waar je kan kijken
Op de factsheets van IKAg staat per bureau wie er publiek te vinden is, met hun functie. LinkedIn geeft je hetzelfde met een datum erbij: je ziet wie er recent begon en wie er vertrok. De sociale balans in de jaarrekening geeft het aantal, niet de namen, plus de in- en uitstroom van dat boekjaar.
Zet die drie naast elkaar en je hebt een redelijk beeld: hoeveel mensen, hoe stabiel, en wie de sleutelfiguren zijn.
De drie vragen die tellen
1. Wie zit er dagelijks op mijn dossier? Vraag namen en functies, niet een organigram. En vraag of die mensen bij het volgende gesprek aan tafel zitten.
2. Hoeveel andere klanten hebben die mensen? Een strateeg die op negen dossiers zit, is een strateeg die je twee keer per jaar ziet. Dat kan volstaan, maar dan weet je het.
3. Zaten deze mensen in de pitchkamer? Het klassieke verschil tussen wie presenteert en wie werkt, bestaat nog altijd, en het is de meest voorspelbare oorzaak van teleurstelling in het eerste jaar.
Leg het vast
Als bepaalde mensen doorslaggevend waren voor je keuze, zet hun namen dan in het contract, met een afspraak over wat er gebeurt bij vervanging: wie beslist, met welke aankondiging, en of jij een vervanger mag weigeren.
Dat is geen wantrouwen. Met een mediane uitstroom van 34,6 procent per jaar in deze markt is het gewoon realistisch, en het maakt de belofte uit de pitch controleerbaar.
Wat je niet uit een teampagina haalt
Wie het werk werkelijk maakt. Veel bureaus werken met vaste freelancers en met onderaannemers, en die staan er zelden op. Dat is geen probleem, maar je hebt er recht op te weten wie er aan je werk zit, zeker wanneer er gevoelige informatie in zit.
Verder: hoe groot een bureau werkelijk is en wat je in een eerste gesprek vraagt.