Veel kleiner dan het beeld dat de vakpers geeft. De bureaus die je kent zijn de uitzondering: de meeste Belgische bureaus tellen minder dan tien mensen.
Het gemeten cijfer
Uit de Agency Barometer, gerekend op neergelegde jaarrekeningen: de mediane groeier in de Belgische markt telde 7,1 voltijdse equivalenten, de mediane krimper 7,8. Dat zijn twee getallen die ongeveer gelijk zijn, en dat is meteen de belangrijkste bevinding: grootte voorspelt geen groei. De rangcorrelatie tussen personeelsbestand en groei is 0,003, wat op nul neerkomt.
Waarom dat voor jou telt
Een bureau van zeven mensen kan uitstekend werk maken en heeft weinig buffer. Een bureau van zeventig heeft buffer en zet zelden zijn beste mensen op een kleine klant. Geen van beide is beter; ze falen alleen op een andere manier.
Wat je uit de grootte wél kan afleiden:
- Wie er aan je werk zit. Bij een klein bureau zijn dat de mensen die je in de pitch zag. Bij een groot bureau hangt dat af van je budget ten opzichte van hun andere klanten.
- Wat er gebeurt als iemand vertrekt. Bij zeven mensen is dat merkbaar, bij zeventig niet.
- Of ze je piek aankunnen. Vraag hoeveel mensen er nu op de drukste klant zitten en wanneer die klant zijn volgende campagne heeft.
Het dal in het midden
Uit dezelfde meting: de winstgevendheid van bureaus zakt tussen ongeveer 5 en 40 voltijdse equivalenten, met het diepste punt tussen 15 en 40. Boven de 40 herstelt de EBITDA-marge naar 17,1 procent en zakt het aandeel verlieslatende bureaus naar 8,3 procent.
Dat is geen reden om een bureau in dat dal te mijden. Het is wel de reden dat je een bureau van die omvang meer vraagt over zijn eigen plannen: die groep staat het sterkst onder druk om te groeien of te fuseren, en dat raakt de continuïteit van jouw ploeg.
Verder: moet ik een groot of een klein bureau nemen en hoe groot een bureau werkelijk is.