IKAg Agency Barometer 2026 Lees het rapport
Editie 2026 · nulmeting

De groei valt stil

De Belgische bureaumarkt, gemeten op de jaarrekeningen die bureaus zelf bij de Nationale Bank neerlegden. Geen enquête, geen panel, geen buikgevoel. Niemand is iets gevraagd, dus niemand kon antwoorden wat hij graag zou zien.

Twaalf hoofdstukken · gratis · aanmelden met je e-mailadres

Barometerstand
52 / 100

Het aandeel bureaus dat in de laatste vol­ledige jaarovergang niet kromp, 2023 naar 2024. Drie jaar eerder stond diezelfde berekening op 68.

4.242

neergelegde boekjaren sinds 2021, van 1.018 bureaus

804

actieve bureaus in referentiejaar 2024

5

boekjaren, vier jaarovergangen, één peildatum: 16 augustus 2026

0

enquêtevragen. Een jaarrekening kent geen sociaal wenselijk antwoord

De markt in het kort

Vier jaar
naar beneden

De mediane groei van de markt viel van veertien procent naar iets meer dan één. Niet in één kwartaal en niet in één deelsector, maar over de hele breedte, vier jaarovergangen op rij. Het aandeel bureaus dat kromp ging van 32,1% naar 48,0%, en in het voorlopige laatste jaar door de helft.

Tegelijk herstelt de mediane marge sinds 2023 — alleen niet onderaan. Dat zijn de twee bewegingen waar de rest van dit rapport op rust.

Groei van de brutomarge per bureau, per jaarovergang

De lijn is het middelste bureau. Het violette vlak is de middelste helft van de markt: van het eerste tot het derde kwartiel.

mediaan middelste helft van de markt

Basis: 2.549 geldige groeiparen over vier jaarovergangen. De laatste overgang is voorlopig: boekjaar 2025 is voor 78,4% neergelegd, en trage neerleggers zijn zelden de bureaus met het beste jaar achter de rug.

EBITDA-marge op brutomarge, vijf boekjaren

Let op de onderrand van het vlak: het eerste kwartiel zakt dóór terwijl de mediaan erboven herstelt.

Het derde kwartiel verloor tussen 2021 en 2024 6,7% van zijn marge, het eerste kwartiel 45,5%. De onderkant van de markt verloor bijna de helft van zijn winstgevendheid terwijl de bovenkant nauwelijks bewoog.

Waarom dit iedereen aangaat

Een markt die stilvalt, is niet alleen een probleem van de bureaus

Bureaus staan zelden alleen in hun eigen cijfers. Wat een bureau overhoudt, bepaalt of het kan investeren in mensen, in werk en in wat het je volgend jaar kan leveren. Vier partijen dragen de uitkomst van deze reeks, en elk om een andere reden.

Adverteerders

Je bureau is een leverancier met wie je één tot drie jaar verder moet. Eén op zeven draait verlies, en een bureau zonder buffer draagt dat risico niet alleen — een pitch die je opnieuw moet doen staat nergens in de offerte.

En breder: een bureau dat op 7% marge draait, investeert niet. Niet in mensen, niet in werk, niet in wat het jou volgend jaar voorstelt.

De mensen die er werken

De mediane uitstroom is 34,6% van het personeelsbestand. Een sector die per saldo niet groeit, vervangt dus elk jaar ongeveer een derde van zijn mensen — en bij een kwart van de bureaus loopt meer dan twee op drie de deur uit.

Er zit geen verband achter met marge of opbrengst. Dat maakt het een kenmerk van de sector en niet van de winnaars of verliezers erin.

Bureau-eigenaars

De hele verdeling zakte veertien punten, dus dezelfde prestatie levert vandaag een andere uitkomst op dan vier jaar geleden. Wie op +5% groeide zonder iets te veranderen, staat nu ruim onder nul.

Tegelijk ligt je positie niet vast: de rangcorrelatie tussen twee groeiperiodes is 0,105. De ladder wordt niet steiler, er wordt op geklommen en gezakt.

De sector als geheel

Van de 18,2% loonkoststijging per mens was 16,8 procentpunt automatische indexatie. Vrijwel de volledige klem kwam dus van buiten de onderneming.

Dat verplaatst het gesprek. Het gaat niet over bureaus die te duur zijn geworden, maar over een sector die zijn kostenstijging niet in zijn tarieven kreeg.

IKAg adviseert aan beide kanten van die tafel: adverteerders bij hun bureauselectie, bureaus bij groei, positionering en overname. Dat is precies waarom dit rapport geen van beide kanten vleit — er staat wat de jaarrekeningen zeggen, ook waar dat ongemakkelijk uitkomt.

Kies je ingang

Wat je hieraan hebt,
hangt af van waar je zit

Deel 1
Voor adverteerders

Je kunt je bureau lezen voor je tekent

Je selecteert een bureau op het werk, op de mensen in de kamer en op de klik. Zo hoort het ook, en daar verandert dit rapport niets aan. Wat het toevoegt is dat de jaarrekening er al ligt: gratis, publiek, en in tien minuten te lezen. En dat je er mede verantwoordelijk voor bent: de volgende jaarrekening van dat bureau wordt mee geschreven door wat jij betaalt, hoe je brieft en hoe je pitcht.

85,4%

van de Belgische bureaus verdiende in 2024 zijn eigen werking terug. De markt is in overgrote meerderheid gezond

26,3%

groeide tussen 2023 en 2024 met een vijfde of meer. In een markt die als geheel stilstond

4

van de vijf cijfers die je nodig hebt, staan al publiek bij de Nationale Bank. Je hebt er niemands toestemming voor nodig

Dit is geen onderzoek naar je bureau

Het is een leesinstructie voor iets wat er al staat, en dat is een wezenlijk verschil in de manier waarop je het gesprek aangaat. Je komt niet met een dossier binnen, je komt met een betere vraag binnen.

De drempels hierna meten bovendien continuïteitsrisico en geen kwaliteit. Een bureau met 6% marge kan uitstekend werk leveren en scherper denken dan de concurrentie — het heeft alleen minder buffer als er iets tegenzit. Gebruik deze cijfers dus niet om een bureau af te wijzen. Gebruik ze om te weten welke vraag je moet stellen.

Het aandeel bureaus dat zijn werking terugverdient, vijf boekjaren

Een positieve EBITDA, dus vóór afschrijvingen, financiële lasten en belastingen.

Ruim vier op de vijf bureaus draait winst, en dat is de belangrijkste context bij de tabel hieronder: de kans dat een bureau op je longlist gezond is, is groot. Maar de reeks zakt wel — van 91,6% in 2021 naar 85,4% in 2024 — en dat is precies waarom het de moeite loont om even te kijken in plaats van aan te nemen.

Vijf dingen die je opvraagt

Vraag dit opGezondGevarenzone
EBITDA-marge op brutomargeboven 22%onder 7%
Brutomarge per VTEboven € 76.000onder € 61.000
Brutomargetrend drie jaargroeiend of stabieltwee jaar krimp op rij
Eigen vermogenpositief en groeiendnegatief
Aandeel grootste klantonder 25%boven 40%

De drempels zijn de mediaan en het eerste kwartiel van de markt in boekjaar 2024. Alles tussen de twee kolommen is de middelste helft van de markt: geen bevestiging en geen alarm, en veruit de meest voorkomende uitkomst. Een bureau met 15% EBITDA-marge zit precies daar — onder de mediaan, ruim boven het eerste kwartiel, en volstrekt normaal.

Vier van de vijf hoef je niet te vragen

De eerste vier staan in de neergelegde jaarrekening bij de Nationale Bank en zijn voor iedereen gratis raadpleegbaar. Je hebt het ondernemingsnummer nodig en tien minuten.

Deze checklist is dus geen onderzoek naar je bureau. Het is een leesinstructie voor iets wat er al staat, en dat verandert de toon van het gesprek.

Alleen de vijfde moet je vragen

Het aandeel van de grootste klant staat nergens in een jaarrekening. Dat maakt de vraag dubbel bruikbaar: het antwoord zegt iets over de afhankelijkheid van het bureau, en de bereidwilligheid om te antwoorden zegt iets over hoe het gesprek de komende drie jaar zal verlopen.

Waar je die vier al uitgerekend vindt

IKAg houdt per bureau een factsheet bij, met precies deze cijfers naast de medianen uit dit rapport — dus je ziet meteen aan welke kant van de drempel een bureau valt in plaats van een getal zonder maatstaf.

  • Alle bureaus met een factsheet — het overzicht, met zoekveld.
  • Per dienst, bruikbaar wanneer je longlist nog niet vaststaat.
  • Per plaats — en let op: een Brussels adres verhoogt de opbrengst per mens, niet de winstgevendheid.
  • Per groep — de as die in een pitch het vaakst wordt overgeslagen: twee bureaus die tegenover elkaar staan kunnen aan dezelfde holding hangen.

En als de vraag niet "is dit bureau gezond" is, maar "is dit een eerlijke prijs"?

Dat is een andere vraag, en dit rapport kan hem niet beantwoorden. Een jaarrekening zegt wat een bureau gemiddeld per mens verdient. Ze zegt niets over hoeveel werk er in de offerte zit die voor je ligt — en dat is wat je eigenlijk wil weten wanneer drie bureaus drie verschillende bedragen noemen.

IKAg meet dat met een eigen eenheid: PAR, waarbij één PAR ongeveer twee bureaudagen werk is. De scope van een opdracht wordt omgezet naar een aantal PAR, met de fee ernaast. Uit die metingen: tot acht keer verschil tussen bureaus op één offerteregel, en over de hele scope nog maar 1,1 keer. Het verschil zit dus in hoe het werk verdeeld wordt, niet in het totaal — en dat zie je aan een dagtarief nooit.

Is dit een eerlijke prijs? →

Wat je met de uitkomst doet

Vijf keer groen? Dan heb je een leverancier die waarschijnlijk nog bestaat als je campagne afloopt. Meer zegt het niet, en het is ook niet niks.

Eén regel rood? Dat is een gespreksonderwerp en geen afwijzingsgrond. Vraag ernaar. Een bureau dat het uitlegt en context geeft, is informatiever dan een bureau dat er glad overheen praat — en dat antwoord zegt je meer over de samenwerking dan het cijfer zelf.

Zelfs bij het strengste signaal uit dit rapport, twee jaar krimp op rij, draait bijna drie op de vier bureaus gewoon winst. Eén slecht jaar gevolgd door een tweede kan evengoed een grote klant zijn die wegviel als een structureel probleem. Het is de vraag waard, en het antwoord is meestal verhelderend.

En wat je ook beslist: vanaf de handtekening ben je medeauteur van de volgende jaarrekening. De opbrengst per mens uit hoofdstuk 7, dat zijn de fees die adverteerders betaalden: +9,8% tussen 2021 en 2024, tegenover +18,2% loonkost per mens. Lezen voor je tekent is de ene helft. De andere helft zit in de fee, de betaaltermijn, de briefing, wat je buiten de scope vraagt en hoeveel pitches je gratis laat maken.

Deel 2
Voor bureaus

Er beweegt maar één knop, en het is niet de kostenkant

Zeven hoofdstukken lang zoekt dit rapport naar het kenmerk dat de winnaars van de verliezers scheidt. Grootte bleek het niet te zijn, ligging evenmin, cluster maar ten dele. Wat overblijft is een ontbinding in twee delen — en er beweegt er maar één.

Het gedrukte midden loopt van 5 tot 40 VTE

Als je bureau groeit, komt er een moment waarop het minder oplevert dan toen het kleiner was. Het patroon is geen glijbaan maar een dal, en het diepste punt ligt bij 15 tot 40 VTE — de grootte waar bureaus terechtkomen die de eerste knelpunten net hebben opgelost.

Per grootteklasse, boekjaar 2024

Wat je per mens vraagt beweegt amper. Wat je per mens betaalt loopt op met elke klasse.

Tussen 1–5 en 15–40 VTE stijgt de brutomarge per mens met 8,9% en de loonkost per mens met 28,6%. Het verschil tussen die twee bewegingen is het dal. Van 8 naar 25 mensen brengt je niet uit het dal, het brengt je dieper erin.

De klem, in twee getallen

Wat een bureau per mens binnenhaalt, en wat het per mens betaalt

Het violette vlak is wat er tussen die twee overblijft. Het wordt niet breder.

+9,8%

wat een bureau per mens binnenhaalt, 2021 tot 2024

+18,2%

wat een bureau per mens betaalt, in diezelfde drie jaar

+16,8%

automatische indexatie van paritair comité 200. Daar viel niets over te beslissen

Wat bureaus per mens vragen, is met zeven punten achtergebleven op wat de wet hen verplicht per mens te betalen.

En daarom zit de knop op wat je vraagt

Verdeel de bureaus in vier gelijke groepen naar wat ze per mens binnenhalen, en kijk wat ze per mens betalen. Het bovenste kwartiel verdient 2,23 keer zoveel als het onderste en betaalt 1,36 keer zoveel. Wat overblijft verschilt daardoor met een factor twintig.

Vier kwartielen naar wat ze per mens binnenhalen

Boekjaar 2024, medianen per kwartiel.

verdient per mens betaalt per mens houdt over per mens

De variatiecoëfficiënt van de brutomarge per VTE is 0,70, die van de loonkost per VTE 0,33. Bureaus verschillen dus meer dan twee keer zo sterk in wat ze vragen als in wat ze betalen. En het topkwartiel onderbetaalt niet: het betaalt van de vier het meest.

Meet jezelf

Waar staat jouw bureau?

De berekening gebeurt in je browser. Er wordt niets verstuurd of bewaard — geen server, geen cookie, geen formulier.

Vul minstens je brutomarge, je EBITDA en je personeelsbestand in.

Vier routes, en de goede hangt af van waar je staat

Route 1

Verkoop expertise in plaats van uren

Van het derde naar het bovenste kwartiel is +40,5% op wat je vraagt en bijna maal drie op wat je overhoudt. De enige route die geen verandering van formaat of structuur vraagt.

Route 2

Groei zonder aan te werven

35,6% van de groeiers voegde geen enkele VTE toe, groeide mediaan 31,5% en haalt 28,6% marge tegen 25,0% voor wie wél aanwierf.

Route 3

Verlaat het midden door erdoorheen te groeien

Voorbij de 40 VTE herstelt de marge naar 17,1% en zakt het aandeel verlieslatende naar 8,3%. Een fusie is vaak de kortere weg dan organische groei.

Route 4

Verkoop het bureau

Juist de positie die je in route 3 wil verlaten, is voor de juiste koper aantrekkelijk. Wat bij jou het probleem is, is bij hem de optelsom.

En het goede nieuws, dat een meting is en geen aanmoediging

De uitgangspositie beslist niet. De mediane groeier telt 7,1 VTE, de mediane krimper 7,8. Niet groter dus, en ook niet digitaler of Brusselser. De rangcorrelatie tussen personeelsbestand en groei is 0,003.

En je positie blijft niet plakken: van de bureaus die tussen 2021 en 2022 met 10% of meer groeiden, haalde 38,0% dat twee jaar later opnieuw. Van wie toen kromp, groeide 41,9% weer. De rangcorrelatie tussen die twee periodes is 0,105 — en dezelfde meting op een tweede, onafhankelijk paar geeft 0,104. De ladder wordt niet steiler. Er wordt op geklommen en gezakt.

Deel 3
Voor journalisten

Elk cijfer met zijn voorbehoud erbij

De cijfers zijn hard omdat niemand ze zelf heeft opgegeven. Dat legt een verplichting op: je moet kunnen zien hoe ze tot stand kwamen, en waar ze ophouden.

De hoofdlijn

Bureaus produceren meer met minder mensen — en het is geen uitbesteding

Dit is het patroon waar de cijfers van deze editie op uitkomen, en het loopt door vier hoofdstukken heen. Wie één verhaal uit dit rapport wil halen, is dit het.

  • Ruim een derde van de groeiers wierf niemand aan. 88 van de 247 bureaus die met 10% of meer groeiden, voegden geen enkele VTE toe. Hun mediane groei was 31,5% — niet lager dan die van de bureaus die wél aanwierven.
  • Ze houden er meer aan over: 28,6% EBITDA-marge tegenover 25,0% voor de groeiers die personeel toevoegden.
  • Het is geen randverschijnsel. Bij 78,9% van álle groeiers steeg de brutomarge sneller dan het personeelsbestand.
  • En het is niet doorgeschoven naar freelancers. Dat is gemeten, hieronder.
De toets: schoven ze het werk door naar freelancers?

De voor de hand liggende tegenwerping is dat die bureaus hun werk uitbesteedden in plaats van het efficiënter te doen. Dan hoort rubriek 61 — diensten en diverse goederen — te stijgen. Die rubriek staat alleen in het volledige schema, dus ze is zichtbaar bij 8 van de 88.

Boekjaar 2023 naar 2024geen VTE toegevoegd (n=8)wél aangeworven (n=15)
mediane groei brutomarge+42,4%+21,4%
mediane verandering rubriek 61−14,5%+13,3%
rubriek 61 als % van brutomarge129,9% → 89,9%87,4% → 78,7%

Het omgekeerde blijkt waar. Vijf van de acht sneden hun uitbesteding terug terwijl ze groeiden, mediaan −14,5%, terwijl de groeiers die wél aanwierven er 13,3% bij kochten. En die acht wierven niet gewoon niemand aan: hun personeelsbestand daalde met 11 tot 21 procent terwijl hun brutomarge met 42,4% steeg. Meer marge, minder mensen, minder inkoop.

Acht bureaus, allemaal groot en volledig schema, en drie ervan groepsentiteiten waar rubriek 61 ook een managementvergoeding draagt. De toets ruimt de belangrijkste tegenverklaring op voor de gevallen waar ze zichtbaar is; ze meet de hele markt niet.

De meest waarschijnlijke verklaring is AI en automatisering. Dat is een lezing en geen meting — een jaarrekening kent geen AI-rubriek, en betere tarieven of meer werk bij dezelfde ploeg passen bij dezelfde cijfers. Maar de tegenverklaring die je het makkelijkst zou geven, uitbesteding, is hierboven getoetst en houdt geen stand. Wat overblijft is een sector die in vier jaar 9,8% productiever werd per mens, en waar een derde van de groei intussen zonder extra mensen tot stand komt.

Wat de cijfers dáárbij niet tonen, is een kloof. Het dividend landt over de volle breedte van de markt in plaats van bij een voorhoede — zie invalshoek 1. Dat is de scherpste versie van dit verhaal: AI maakt de sector productiever zonder er winnaars in aan te wijzen.

Vijf invalshoeken die de data draagt

Elk met het cijfer erbij, en met de zin die hem overeind houdt bij navraag.

1

Het AI-dividend zit niet aan de top, het zit in de hele markt

Het cijfer: de brutomarge per mens steeg tussen 2021 en 2024 met 9,8%, en het negende deciel groeide met 9,9% — vrijwel identiek. De verhouding tussen het derde en het eerste kwartiel staat al vier jaar op 1,55 à 1,56 en zakt in het voorlopige 2025 naar 1,49.

Waarom het nieuws is: de gangbare verwachting is dat AI een kloof slaat tussen bureaus die het omarmen en bureaus die achterblijven. Dat gebeurt niet. De productiviteitswinst landt over de volle breedte — de top trekt niet weg, de bodem zakt niet af, en de spreiding wordt zelfs iets smaller.

Dat maakt het geen zachter verhaal maar een hardnekkiger: wie hoopt dat vroege adoptie een blijvende voorsprong oplevert, vindt daar in vier jaar cijfers geen spoor van.

2

De margeklem komt uit de indexatie, niet uit de markt

Het cijfer: tussen 2021 en 2024 steeg wat een bureau per mens binnenhaalt met 9,8%. Wat het per mens betaalt steeg met 18,2% — waarvan 16,8 procentpunt automatische indexatie van paritair comité 200.

Waarom het nieuws is: vrijwel de volledige loonkoststijging was opgelegd. Bureaus zijn hun mensen niet duurder gaan betalen door anders aan te werven: de rekening kwam van buiten en er viel niets over te beslissen. Wie de indexatie niet doorrekent in zijn tarieven, betaalt ze uit zijn marge.

De indexpercentages zijn de enige cijfers in dit rapport met een externe bron: de sectorale bekendmakingen, niet de jaarrekeningen.

3

Het middelgrote bureau begint te verdwijnen

Het cijfer: het aandeel bureaus tussen 5 en 40 VTE schommelde vier jaar rond 56 à 57% en zakt in het voorlopige 2025 naar 52,0%. Een neerleggerseffect verklaart daarvan hooguit anderhalve procentpunt.

Waarom het nieuws is: juist die klasse draait de laagste marge van de markt — 13,3% bij 15 tot 40 VTE. Het midden is niet alleen het minst winstgevend, het loopt nu ook leeg.

Dit is de eerste beweging van betekenis in deze reeks en rust op één voorlopig jaar. Vandaar dat het een voorspelling is en geen vaststelling.

4

Het grootste cluster van de sector is het minst winstgevende

Het cijfer: Digitaal & tech telt 204 bureaus, een kwart van de markt, en staat onderaan met 16,4% marge — ruim vijf punten onder de sector. En het is geen prijsprobleem: per mens haalt het cluster € 75.439 binnen, vlak onder het gemiddelde. De loonkostratio is er 83,0% tegen 78,5% sectorbreed.

Waarom het nieuws is: de hoek van de markt die als toekomstbestendig geldt, houdt het minst over. Full-service staat er spiegelbeeldig bij: normale kosten, de laagste opbrengst per mens van alle zes.

5

Succes van vorig jaar voorspelt vrijwel niets

Het cijfer: de rangcorrelatie tussen de groei van een bureau in twee groeiperiodes die twee jaar uit elkaar liggen is 0,105. Van de groeiers haalde 38,0% het twee jaar later opnieuw; van de krimpers kwam 41,9% terug — een krimper had dus een iets grótere kans om te groeien dan een groeier had om door te groeien.

Waarom het nieuws is: deze meting zit twee keer in de reeks, op paren die geen boekjaar delen, en geeft 0,105 en 0,104. Vier metingen, hetzelfde antwoord. De markt sorteert elk jaar opnieuw, en dat maakt het slechte nieuws in dit rapport minder definitief dan het klinkt.

Zes clusters: opbrengst per mens tegenover wat ze overhouden

De omvang van de bel is het aantal bureaus. De stippellijnen zijn de sector: € 76.097 per VTE en 21,8% marge.

Digitaal & tech is met 204 bureaus het grootste cluster én het minst winstgevende, op 16,4%. Dat is een kwart van de markt, geen uithoek. Let bij het citeren op de 36,8% van Productie & events: dat is een clustercijfer, de middelste helft loopt er van 17,2% tot 57,9%, en de mediaan beweegt over de reeks van 40,8% naar 30,1% en terug naar 38,4%. Wie dit cluster in één getal vat, kiest impliciet een jaar.

Wat dit rapport níét kan

Geen transacties

Geen overnameprijs, geen dealwaarde, geen multiple. De Nationale Bank publiceert jaarrekeningen, geen verkoopakten.

Geen richting

Dit rapport meet welke cijfers samen bewegen. Een jaarrekening bevat geen oorzaken, en een volgorde in de tijd bewijst er geen.

Geen genormaliseerde EBITDA

Bestuurdersbezoldiging staat in 1,4% van de neerleggingen. Bij de kleinste bureaus is de marge dus een bovengrens.

Geen Wallonië in detail

Vijftig actieve bureaus dragen één gewesttotaal en niets daaronder. Wie dat cijfer citeert, citeert 50 jaarrekeningen en niet de Waalse markt.

De zwakste plek, en ze hoort van ons te komen

De bureaulijst is handmatig samengesteld. Er bestaat geen NACE-code die netjes samenvalt met "reclame-, communicatie- en digitaal bureau": de codes die in de buurt komen bevatten drukkerijen en callcenters, en missen bureaus die onder een IT- of consultancycode zijn ingeschreven.

Het gevolg: hoe volledig deze lijst is tegenover de werkelijke markt, valt niet vast te stellen. Er is geen referentiepopulatie om tegen af te zetten. Wat wel gezegd kan worden: de lijst is niet geselecteerd op prestatie, grootte of lidmaatschap van een federatie, en er is niets uit verwijderd op grond van cijfers.

Drie voorspellingen die kunnen falen

Een rapport dat elk jaar terugkomt hoort zich vast te leggen. Alle drie zijn te controleren met dezelfde meting op dezelfde bases. Waar ze uitkomen, staat dat er volgend jaar. Waar ze niet uitkomen, ook.

Voorspelling 1

De stand komt uit tussen 45 en 49

De editie 2027 meet de overgang 2024 naar 2025. Die staat voorlopig op 49,7, en dat cijfer is geflatteerd. Twee historische ijkingen zetten de definitieve meting tussen 46 en 48.

Voorspelling 2

De bovenkant maakt zich niet los

Vier jaar lang staat de verhouding tussen derde en eerste kwartiel van de brutomarge per VTE op 1,55 of 1,56. In 2027 komt ze niet boven 1,60. Breekt die grens, dan is een pivot naar AI-gedreven werk de eerste kandidaat als verklaring.

Voorspelling 3

Het gedrukte midden loopt leeg

Het aandeel bureaus tussen 5 en 40 VTE schommelde vier jaar rond 56 à 57% en zakt in het voorlopige 2025 naar 52,0%. Een neerleggerseffect verklaart daarvan hooguit anderhalve punt. In 2027 blijft het onder de 55%.

De cijfers op één pagina

Elk getal met de basis waarop het rust, zodat je niet hoeft te zoeken. De bases verschillen per maat en laten zich niet tegen elkaar wegstrepen.

CijferWat het isBasis
52 op 100barometerstand: aandeel dat niet kromp738 groeiparen 2023→2024
+1,3%mediane groei van de brutomarge738 groeiparen
48,0%aandeel bureaus in krimp738 groeiparen
26,3%groeide met 20% of meer738 groeiparen
21,8%mediane EBITDA-marge op brutomarge804 actieve bureaus, bj 2024
7,1% en 42,3%eerste en derde kwartiel van die marge804 actieve bureaus
14,6%draaide verlies (117 bureaus)804 actieve bureaus
8,6%negatief eigen vermogen804 actieve bureaus
€ 76.097mediane brutomarge per VTE709 bureaus met minstens 1 VTE
€ 59.962mediane loonkost per VTE709 bureaus met minstens 1 VTE
+9,8% / +18,2%opbrengst en loonkost per mens, 2021→2024709 bureaus met minstens 1 VTE
16,8%samengestelde indexatie PC 200, 2022–2024externe bron, geen jaarrekening
13,3%laagste marge, bij 15 tot 40 VTE135 bureaus in die klasse
36,8% / 16,4%hoogste en laagste cluster op marge92 en 204 bureaus
34,6%mediane personeelsuitstroom731 bureaus met personeel
0,105rangcorrelatie tussen twee groeiperiodes497 bureaus met beide cijfers
35,6%groeiers die geen VTE toevoegden247 groeiers met VTE aan beide kanten
€ 190.004mediaan eigen vermogen526 bureaus met balansgegevens
804 · 4.242 · 1.018actieve bureaus, boekjaren, bureaus met een neerleggingpeildatum 16 augustus 2026

Zo citeer je dit verkeerd

Zes lezingen die voor de hand liggen en die de data niet draagt. Ze staan hier omdat ze allemaal al eens gemaakt zijn.

"De Belgische bureausector krimpt"

De mediaan ging door nul, en 48,0% kromp. Dat betekent dat de andere helft groeide, en een kwart met 20% of meer. Schrijf "de helft van de bureaus kromp", niet "de sector krimpt".

"Eventbureaus halen 36,8% marge"

Dat is een clustercijfer en geen bureautype. De middelste helft van dat cluster loopt van 17,2% tot 57,9%, en de mediaan beweegt over de reeks van 40,8% naar 30,1% en terug naar 38,4%. Wie het in één getal vat, kiest impliciet een jaar.

Kolommen uit één tabel tegen elkaar wegstrepen

De loonkost per VTE aftrekken van de brutomarge per VTE geeft niet de EBITDA-marge ernaast. Het zijn medianen van afzonderlijke verdelingen, op bases van 804, 709 en 738 bureaus.

Een cijfer over 2025 zonder voorbehoud

Dat boekjaar is voor 78,4% neergelegd en de trage neerleggers zijn zelden de sterkste bureaus. Elk cijfer over 2025 is geflatteerd; hoeveel staat in de voetnoot onderaan.

"De Waalse bureaumarkt doet X"

Wallonië telt 50 actieve bureaus in dit bestand. Dat is één gewesttotaal en niets daaronder. Wie het citeert, citeert 50 neergelegde jaarrekeningen.

Een dagtarief zonder de aanname erbij

De mediaan loopt van € 544 tot € 761, afhankelijk van hoeveel dagen per jaar je factureerbaar rekent. Die aanname verschuift het cijfer bijna evenveel als het verschil tussen een zwak en een sterk bureau. Zonder haar is het getal betekenisloos.

Citeren, en waar je ons bereikt

Overname mag met bronvermelding: "IKAg Agency Barometer 2026, analyse op neergelegde NBB-jaarrekeningen". Neem bij een cijfer over 2025 het voorbehoud mee, en bij het dagtarief altijd de aanname over gefactureerde dagen — zonder die aanname is dat getal betekenisloos.

Er staan nooit cijfers van een individueel bureau in dit rapport; alles is mediaan, kwartiel of aandeel.

Elke grafiek is te bewaren met de knop eronder, als SVG met de cijfers erin — schaalbaar, en te openen in Illustrator of een browser.

De cijfers staan ook als data klaar, elk met zijn basis en met de voorbehouden erbij: platte tekst of JSON. Dat is dezelfde reeks als in de tabel hierboven, bedoeld om over te nemen zonder de opmaak te moeten ontleden — door een redactiesysteem, een spreadsheet of een AI-assistent.

Persvragen

Bart De Waele

Zaakvoerder IKAg · auteur van dit rapport

Bel gerust voor een extra doorsnede, een gesprek over de methode, of om een cijfer te laten nakijken vóór publicatie. De volledige technische verantwoording — rubriekcodes, formules, de ontdubbeling en de gevoeligheidsanalyses — is op aanvraag beschikbaar.

De barometerstand, en waarom hij een jaar achterloopt. De stand is het aandeel bureaus dat in de laatste vólledige jaarovergang niet kromp. Deze editie staat op 52 omdat ze 2023 naar 2024 meet: 52,0% groeide, 48,0% kromp.

Op de voorlopige overgang 2024 naar 2025 staat diezelfde meting op 49,7. Die telt niet mee als stand — boekjaar 2025 is voor 78,4% neergelegd — maar wel als richting. Op de eerste gemeten overgang komt de berekening uit op 68; dat cijfer is achteraf berekend en was nooit een gepubliceerde stand, maar het is wel de afstand die deze markt in drie jaarovergangen heeft afgelegd.

Boekjaar 2025 is om diezelfde reden geflatteerd: de trage neerleggers zijn zelden de bureaus met het beste jaar achter de rug. Op twee ijkjaren stond de mediane marge anderhalve procentpunt te hoog en het krimpaandeel twee tot drie punten te gunstig. Neem dat voorbehoud mee als je een cijfer over 2025 citeert.

Het volledige rapport

Twaalf hoofdstukken,
en de methodologie erbij

Wat hierboven staat is de samenvatting. Het rapport zelf meet de markt in negen hoofdstukken, en schrijft er drie bij voor wie een beslissing te nemen heeft. Bij elk hoofdstuk staat wat boekjaar 2025 er al over zegt — en waar dat niet te meten valt, staat dát er.

Gratis. Je meldt je aan met je e-mailadres en krijgt een aanmeldlink in je mailbox — geen wachtwoord, geen verkoopgesprek.

  1. 1. De groei valt stil
  2. 2. De marge herstelt, maar niet onderaan
  3. 3. Het gedrukte midden loopt van 5 tot 40 VTE
  4. 4. Zes clusters, twee werelden
  5. 5. Brussel is de markt van de uitersten
  6. 6. Groei en marge zijn hetzelfde symptoom
  7. 7. Productiviteit stijgt, maar bescheiden
  8. 8. Wat je per mens verdient, betaalt en overhoudt
  9. 9. Het speelboek van de groeiers
  10. 10. Voor adverteerders checklist
  11. 11. Waar de groei wél zit: vier routes
  12. 12. Waarde van je bureau
  13. — Vooruitblik: drie voorspellingen
  14. — Methodologie en voorbehouden
Veelgestelde vragen

Kort en concreet

Wat is de Agency Barometer?

Het jaarlijkse sectorrapport van IKAg over de Belgische bureaumarkt. Elk cijfer komt uit een jaarrekening die een bureau zelf bij de Nationale Bank heeft neergelegd. Editie 2026 rust op 4.242 neergelegde boekjaren van 1.018 bureaus, met 804 actieve bureaus in referentiejaar 2024. Geen enquête, geen panel: niemand is iets gevraagd, en niemand kon dus antwoorden wat hij graag zou zien.

Wat betekent de barometerstand van 52?

Het aandeel bureaus dat in de laatste volledige jaarovergang niet kromp. Tussen boekjaar 2023 en 2024 groeide 52,0% en kromp 48,0%. De stand meet altijd de meest recente vólledige jaarovergang en loopt daarom een jaar achter op de publicatiedatum. Op de voorlopige overgang 2024 naar 2025 staat dezelfde meting op 49,7, en op de eerste gemeten overgang op 68.

Waarom heet dit een nulmeting?

De Nationale Bank levert gestructureerde jaarrekeningdata alleen voor neerleggingen vanaf april 2022; alles daarvoor bestaat enkel als PDF. Deze editie heeft dus vijf boekjaren en vier jaarovergangen, geen tien. Wat hier aan definities, drempels en bases vastligt, bepaalt de vergelijkbaarheid van elke volgende editie — daarom staat het in de methodologie en niet in een voetnoot.

Waarom brutomarge en niet omzet?

Brutomarge is omzet min handelsgoederen min diensten en diverse goederen: wat het bureau zelf verdient, na aftrek van media-inkoop, productie, freelance-inzet en onderaanneming. Voor een bureau dat doorfactureert zegt omzet weinig en brutomarge alles. Om dezelfde reden staat de EBITDA-marge op brutomarge en niet op omzet: zo zijn een mediabureau en een creatief bureau vergelijkbaar.

Staan er cijfers van individuele bureaus in?

Nee. Alles is mediaan, kwartiel of aandeel. Waar een uitschieter het beeld beïnvloedt, staat dat erbij — zoals bij het cluster Productie & events — maar er wordt nooit een bureau bij naam genoemd. Dat de onderliggende jaarrekeningen publiek raadpleegbaar zijn bij de Nationale Bank, verandert daar niets aan.

Mag ik cijfers overnemen?

Ja, met bronvermelding: "IKAg Agency Barometer 2026, analyse op neergelegde NBB-jaarrekeningen". Neem bij een cijfer over 2025 het voorbehoud mee, en bij het dagtarief de aanname over gefactureerde dagen — zonder die aanname is het getal betekenisloos. Voor persvragen of extra doorsnedes: bart@ikag.be.